Eerst even dit!
[Wat Blijft is mijn onderzoek naar de vraag: waarin blijft de mens uitblinken in een tijd van AI en welke menselijke kwaliteiten verdienen daarom extra aandacht? In september verschijnt het als papieren boek. Bestel je het nu voor € 27,50, dan krijg je ook toegang tot extra visies, interviews en onderzoek én help je de totstandkoming van het boek mogelijk te maken. Doe mee!]
Vijf fabels rond energie en datacenters
Er zijn veel mensen met een mening over water- en energieverbruik van AI en datacenters. Maar ik merk dat weinig mensen die mening met feiten kunnen onderbouwen. Het is een gevoel. Misschien zijn de tegenstanders na het lezen van de nieuwsbrief van Ruben Nieuwenhuis nog steeds geen voorstander, maar dan vinden ze dat in ieder geval na het lezen van een doorwrocht verhaal.
Het Nederlandse debat over datacenters blijft volgens Nieuwenhuis steken in “voor of tegen”, terwijl verschillende soorten datacenters op één hoop worden gegooid. Gewone datacenters slaan data op; AI-datacenters produceren rekenkracht en daarmee intelligentie. Ze gebruiken op het eerste gezicht veel stroom, maar als je dat af zet tegen het totale energieverbruik (gas, olie) heb je een ander verhaal. En het debat gaat vooral over zichtbare kosten, maar nauwelijks de opbrengsten: betere zorg, efficiëntere processen, economische waarde en digitale autonomie.
Nieuwenhuis vindt dat de vraag niet moet zijn óf we datacenters willen, maar hoeveel van onze toekomstige intelligentieproductie we zelf willen beheersen in plaats van te huren van Amerikaanse of Chinese partijen.
Hij vindt dat Nederland een concrete intelligentie-ambitie moet formuleren rond drie vragen: welke modellen trainen we zelf, wie neemt die intelligentie af en welke bedrijven willen we hier laten bouwen? Onze beste kans ligt niet in een Nederlands alternatief voor ChatGPT, maar in gespecialiseerde AI op unieke Nederlandse data uit landbouw, waterbeheer, logistiek en zorg. Daarvoor zijn eigen Europese rekenkracht, georganiseerde vraag van overheid en bedrijfsleven, heldere milieuvoorwaarden en nationale regie nodig. Zijn kernboodschap: discussieer minder over de “doos” en bepaal vooral wat Nederland erin wil maken.
Lees de nieuwsbrief van Nieuwenhuis, daarin gaat hij onder meer in op de 5 fabels die er rond dit thema leven.
Fabel 1: “Datacenters slurpen onze stroom op.”
Waarheid: 4,6 procent van de elektriciteit, minder dan 1 procent van het totale energieverbruik. De trein en de kas verbruiken vergelijkbare of grotere hoeveelheden zonder dat iemand ze ter discussie stelt. De legitieme zorg zit in de groeicurve richting 2030, en die vraagt om beleid in plaats van verontwaardiging.
Fabel 2: “Ze zijn er alleen voor Amerikaanse big tech, wij hebben er niets aan.”
Waarheid: jouw pinbetaling, je ziekenhuisdossier en je videobelafspraak draaien erop. Wat wél klopt: veel capaciteit is in Amerikaanse handen, en toezichthouder ACM waarschuwde begin dit jaar voor de extreme Nederlandse afhankelijkheid van Amerikaanse cloudaanbieders. Dat is een eigendomsvraagstuk, en juist een argument vóór eigen infrastructuur in plaats van tegen datacenters als categorie.
Fabel 3: “Ze verspillen ons drinkwater.”
Waarheid: de sector gebruikt volgens de branche ongeveer 0,09 procent van het Nederlandse drinkwater. Belangrijker: waterverbruik is een ontwerpkeuze, geen natuurwet. Verdampingskoeling is goedkoop maar dorstig. Gesloten vloeistofkoelsystemen, de standaard bij moderne AI-datacenters, laten dezelfde vloeistof rondcirculeren en verbruiken nauwelijks water, tegen iets meer stroom. Schaal blijft wel tellen: een geplande site in het Amsterdamse havengebied mag tot 420 miljoen liter industriewater per jaar gebruiken, geen drinkwater overigens. Conclusie: stel watereisen in de vergunning, want de techniek om eraan te voldoen bestaat.
Fabel 4: “Datacenters veroorzaken de netcongestie.”
Waarheid: ze zijn één van de vele vragers op een overvol net2 , naast elektrificerende industrie, warmtepompen en laadpalen.
De sector zelf draait het argument om: datacenters beschikken over eigenschappen die een duurzaam energiesysteem juist nodig heeft. Via flexibele aansluitingen, batterijopslag, het verschuiven van AI-trainingstaken en hergebruik van warmte kunnen ze pieken opvangen en het net stabiliseren. Dat is geen theorie: het datacenter op het Amsterdamse Science Park verwarmt al jaren 1.300 studentenwoningen, en WarmteStad Groningen verwarmt vijfduizend woningen met datathermie.
Fabel 5: “Een AI-datacenter is gewoon een groter datacenter.”
Waarheid: het is een andere categorie, zie inzicht 1. Magazijn versus fabriek, opslaan versus produceren, en binnen die fabriek het onderscheid tussen trainen en inferentie. Wie dit onderscheid mist, kan de belangrijkste economische vraag van dit decennium niet eens formuleren.
Lees de nieuwsbrief!
Vrienden, ik groet U!
Erwin Blom





"Onze beste kans ligt niet in een Nederlands alternatief voor ChatGPT, maar in gespecialiseerde AI op unieke Nederlandse data uit landbouw, waterbeheer, logistiek en zorg. "
Ik acht de kans klein dat wij zelf een AI kunnen maken die zich kan meten met de grote 4.
Waar we veel meer op kunnen inzetten is op informatie- en data-autonomie. Niet meer onze data om niks weggeven, maar veel strategischer inzetten. Dus de data/informatie verwerken in de AI fabriek van Groningen (en mogelijk Rotterdam) om mee te beginnen
Zorgen dat onze data/informatie veel en veel beter lees- en verwerkbaar is dan nu. Zie het nieuwste boek van Martijn Aslander hierover.
NL is een handelsnatie, of dat nu in fysieke spullen of kennis is.