Foto Winterswijkse IJsvereniging
[Noot vooraf. Zoals onlangs verteld heb ik mijn nieuwsbrieven Handpicked (over media, technologie en innovatie), Handpicked AI (over AI) en Vibecoders Unite (over zelf bouwen zonder technische kennis) samengevoegd. Ik heb het hier inhoudelijk dus over de breedte. Dus ook over slim innoveren in de praktijk. Daar is deze nieuwsbrief een mooi voorbeeld van.]
Als natuurijsliefhebber zit ik zit met veel plezier naar Instagram-accounts te kijken die laten zien hoe in Zweden al prachtig over meren geschaatst wordt. Jaloersmakend. Maar ook heel enthousiast word ik van het zien van schaatsers in Winterswijk. Gisteren en vandaag weer.
Maar hoe dan?
Zo koud is het toch niet?
Ik wilde er meer van weten! Achter die twee ochtenden blijkt een mooi verhaal te zitten over een oude sport, een vereniging die bijna verdween en mensen die zich afvroegen of het ook anders kon.
Volgens de officiële meting had het in de nacht voor de eerste schaatsochtend niet eens gevroren. Toch lag er vrijdagochtend op de 400-meterbaan van de Winterswijkse IJsvereniging een laagje ijs. Tweeënhalve millimeter dik, vertelde ijsmeester Hendrik van Prooije aan Omroep Gelderland. Op het open water ga je er dan meteen doorheen. Maar op een harde onderlaag is het genoeg om op te schaatsen.
Wachten op de winter
De Winterswijkse IJsvereniging bestaat sinds 1887. In 2016 zag het er niet best uit voor de club. De vereniging moest weg van haar ijsbaan, had nog ongeveer zestig leden en 98 euro in kas. Opheffen lag voor de hand, schreef de KNSB later.
Dat gebeurde niet. De vereniging besloot een nieuwe baan aan te leggen. Eentje waarop je in de zomer kon skeeleren en in de winter kon schaatsen.
Maar hoe maak je een ijsbaan voor winters waarin je niet meer vanzelfsprekend op een lange vorstperiode kunt rekenen?
De Winterswijkers gingen kijken bij andere ijsclubs. Ze spraken met deskundigen en combineerden wat ze leerden met eigen ideeën. In 2020 ging De Witte Poorte open.
Onder de baan ligt isolerend schuimbeton. Daarboven asfalt, met een witte coating die zonlicht weerkaatst en helpt voorkomen dat de baan snel opwarmt. Het water wordt in dunne laagjes aangebracht. Zo hoeft er niet in één keer een dikke plas te bevriezen.
Daarvoor rijdt er een sproeiwagen over de baan. Een elektrisch voertuig, van het soort dat ook voor bagagevervoer op vliegvelden wordt gebruikt. Met een lange arm en sproeikoppen. Een wiel volgt de rand van de baan, zodat de wagen zelf rondjes kan rijden. De sproeiploeg houdt ondertussen toezicht.
Het idee voor die constructie kwam van Bernie Korten, een fietsmaat van de ijsmeester. Hij werkte bij een landbouwmechanisatiebedrijf en dacht mee over wat de vereniging nodig had.
Niet één uitvinding
Winterswijk heeft het laagje voor laagje sproeien niet zelf bedacht. Bij ijsclubs in onder meer De Lier deden ze al ervaring op met mechanisch sproeien. Het bijzondere zit in de combinatie: een geïsoleerde ondergrond, een witte baan en een sproeiwagen die rondjes rijdt.
Want het gaat niet alleen om de temperatuur die je in het weerbericht ziet. Bij een heldere hemel kan de baan zelf verder afkoelen dan de lucht op de gebruikelijke meethoogte. Als het oppervlak onder nul komt, kan het water daarop bevriezen, ook als de thermometer hogerop nog boven nul aangeeft.
De afgelopen dagen warmde de omgeving snel op, dus er kon helaas maar een paar uur per dag gereden worden. Maar dat was al heel mooi voor de liefhebbers uit de regio en de ijsvereniging haalde er ook nog eens alle media mee.
Wat houdt anderen tegen?
Waarom ligt er dan niet overal zo’n baan, was de vraag die op veel plekken te horen was. Ik vroeg het me ook af.
Geld kan een reden zijn, want goedkoop is de accomodatie in Winterswijk niet. Het kostte volgens de KNSB bijna 1,5 miljoen euro. Het grootste deel kwam van de gemeente. Maar dat bedrag was voor de hele ijs- én skeeleraccommodatie, niet alleen voor de ijstechniek.
Ook heb je ruimte nodig, mensen die kunnen bouwen en onderhouden. En vrijwilligers die klaarstaan zodra de omstandigheden goed zijn. In 2024 telde alleen de sproeiploeg in Winterswijk al 25 mensen.
En zelfs dan weet je niet hoeveel schaatsdagen een winter oplevert. De combinatie met skeeleren maakt de baan ook zonder vorst bruikbaar, maar het blijft een flinke investering voor iets wat zich niet laat inplannen. Vorig seizoen kon er in Winterswijk overigens op minstens twintig dagen worden geschaatst. Soms maar een paar uur, maar toch. Ik vind dat veel.
Hoeveel banen inmiddels precies dezelfde combinatie van technieken gebruiken, is me niet duidelijk geworden. Wel deelt Winterswijk zijn kennis met andere verenigingen. Volgens de KNSB had de ijsmeester zijn verhaal in 2024 al aan bijna vijftig natuurijsclubs verteld. Belangstelling dus, al weet ik niet hoeveel clubs de aanpak vervolgens hebben overgenomen.
De vereniging als uitvinding
In 2016 dreigde de vereniging zoals gezegd te verdwijnen. In 2024 had ze volgens de KNSB weer meer dan duizend leden. Lokale bedrijven helpen met materialen en onderhoud. Vrijwilligers sproeien, klussen en ontvangen de schaatsers. Sinds de opening in 2020 is er volgens de vereniging in totaal op 72 dagen geschaatst.
Dat is niet het werk van één uitvinder met één briljant idee. Het is het resultaat van kijken bij anderen, iets aanpassen, uitproberen, geld regelen en mensen vinden die mee willen doen. En dan verder verbeteren: afgelopen zomer kreeg de baan een extra witte coatinglaag; lokale bedrijven hielpen met accu’s en nieuwe sproeibuizen.
Een schaatsvereniging van bijna 140 jaar oud die op die manier probeert om ook in een veranderend klimaat te blijven doen waarvoor ze ooit is opgericht, ik word er vrolijk van!
Vrienden,
Ik groet U!
Erwin Blom



