Eerst waren er berichten over ingezonden brieven die door AI geschreven zouden zijn. Daarna schreef de Volkskrant dat de minister-president schrijfwerk aan een chatbot uitbesteedde.
Wat je wel en niet met AI zou moeten doen, laat ik even rusten.
Mij valt iets anders op: we beginnen menselijke teksten te wantrouwen omdat ze klinken als AI.
Taalmodellen zijn getraind op menselijke teksten. Dus ook op onze vaste formuleringen:
In een wereld waarin…
Het is niet zomaar X, het is Y.
Of je nu … of …
Eén ding is zeker…
En precies daar zit de kracht.
Die zinnen hebben we zelf bedacht. Ze waren misschien al versleten voordat ChatGPT bestond. Maar nu AI ze veel gebruikt, gelden ze ineens als verdacht.
Arjan Broere schrijft op LinkedIn:
“Mijn ouderwets zelf-geschreven ambachtelijke tekstje van vier alinea’s bevat volgens Copilot maar liefst 14 AI’ismen. Soms is het eerder sleets taalgebruik dan AI’ismen, geloof ik. Maar even mijn leraar Nederlands-diploma’s gaan inleveren 🙃”
Hij plaatst daar een afbeelding bij met 14 door AI gesignaleerde typische AI-uitdrukkingen. Dit zijn er 5 van.
Martijn Aslander had een vergelijkbare ervaring. Hij gebruikt AI voor redactiewerk, factchecks en om over de inhoud te sparren. Toen hij teksten door AI-detector Pangram haalde, werden ook zijn eigen zinnen aangewezen:
“Zodra je een opsomming maakt van drie elementen wijst de tool die zinnen aan als zijnde van AI, terwijl ik dat regelmatig gebruik als stijlmiddel.”
Een schrijver gebruikt een vertrouwde constructie. AI gebruikt die ook. Vervolgens moet die schrijver zich verantwoorden voor zijn eigen stijl.
Ik ben helemaal voor het schrappen van sleetse formuleringen. Daar wordt een tekst vaak beter van. Maar “dit klinkt als AI” is nog geen bewijs dat AI het heeft geschreven.
En of het gebruik van AI een tekst minder waardevol maakt?
Voor een andere keer!
Erwin Blom
PS: lees dit ook!





